Het kleine café – Vader Abraham

,

De avondzon valt over straten en pleinen,
de gouden zon zakt in de stad.
De mensen die gaan in hun huizen verdwijnen,
zij hebben de dag weer gehad.
De neon-reclame die knipoogt langs ramen,
het motregent zachtjes op straat.
De stad lijkt gestorven toch klinkt er muziek
uit een deur die nog wijd open staat.

Refr: Daar in dat kleine café aan de haven,
daar zijn de mensen gelijk en tevree,
Daar in dat kleine café aan de haven,
daar telt je geld of wie je bent, niet meer mee.

De toog is van koper toch ligt er geen loper
de voetbalclub hangt aan de muur.
De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox,
een pilsje dat is er niet duur.
Een mens is daar mens, rijk of arm, ’t is daar warm.
Geen “monsieur” of “madame”, maar wc.
Het glas is gespoeld in het helderste water
Ja, het is daar een heel goed café.

Refr.

De wereldproblemen die zijn tussen
twee glazen bier opgelost voor altijd.
Op de rand van een bierviltje staat daar de rekening,
of je staat in het krijt.
Het enige wat je aan eten kunt krijgen,
is daar een hardgekookt ei.
De mensen die zijn daar gelukkig gewoon,
ja, de mensen die zijn daar nog blij.

Vaardigheden

Gepubliceerd op

februari 14, 2013